Te weinig authentiek: de lijsttrekkers in het RTL-debat langs de meetlat van 101% IK

28 februari 2017

Heb je zondagavond gekeken? En wie vond je het sterkste merk: Buma, Pechtold, Asscher, Klaver of Roemer? Dat vroegen wij, Roel Wolbrink en Judith Tielen, ons af bij het kijken naar het RTL-debat op zondag 26 februari. Met ons boek (101% IK) in de hand keken we naar het lijsttrekkersdebat op RTL4. In de hoop dat we aan de hand van de verbale en non-verbale communicatie van de mannen hun sterke merkidentiteiten zouden kunnen herleiden en beschrijven. Helaas was niets minder waar. Het debat was weinig inspirerend: weinig merkidentiteit en ook weinig authenticiteit waardoor er weinig kleur was in de inhoudelijke woordenwisselingen.

In ons boek staat vermeld welke merkidentiteit de lijsttrekkers 2017 toe te dichten zijn als je kijkt naar het in het boek gebruikte merkkaraktermodel. Daarin staan ook lijsttrekkers die niet bij RTL stonden op zondagavond: Mark Rutte (in karaktertype Leider), Jan Roos (in karaktertype Rebel) en Kees van der Staaij (in karaktertype
Expert).

Met andere woorden, alleen de karaktertypes aan de linkerkant (!) van het model waren aanwezig. En misschien is dat ook wel logisch, want daar staan de karaktertypes die worden geleid door het ‘samen doen’. Dat is dam ook de snelle conclusie van de avond. Het debat is per definitie niet authentiek voor deze mensenmerken: als je het niet samen kán doen, maar tegenover elkaar staat.

 

In dit blog beschrijven we de vijf lijsttrekkers vanuit de door ons toegedichte merkidentiteit ten opzichte van opvallende uitspraken of gedragingen. Ook keken we naar uiterlijk, maar op de kleding kunnen we slechts deels beoordelen. Ze droegen immers allen een pak in dezelfde kleur blauw.

Emile Roemer (SP) – de genieter

Sympathiek en olijk, zo begon Roemer aan het debat. Onze eerste gedachte was dat Roemer eigenlijk dacht: waarom ben ik niet gewoon gezellig aan het carnavallen in Boxmeer, wat doe ik hier? Roemer lijkt niet zo veel te geven om feiten en cijfers. Niet uit domheid of luiheid, maar omdat het voor hem gewoon als minder belangrijk overkomt. En dat zal voor een deel van de kiezers ook zo zijn. Maar dat komt hem vaak op gestamel en gehakkel te staan. Ook in dit debat. Ondanks de paar keer verzoenende woorden ‘we vinden elkaar’. Zijn SP-rode das geeft contrast en ligt dan meer voor de hand voor het merkkarakter Leider, minder voor een type Genieter. Ook was de das geknoopt op een minder merk-waardige wijze. Liever een halve dan een hele Windsor-knoop: een hele past beter bij de types verzorger en expert. Roemers authenticiteit ligt minder in debatten, zijn merkkarakter past beter bij een rol die boven de partijen staat: wethouder in een grote gemoedelijke stad bijvoorbeeld.

Jesse Klaver (GroenLinks) – de vriend (met een vleugje rebel)

Roel wil graag meteen de das van Klaver noemen: die zat scheef en lelijk. ‘Je kan zien dat hij liever nooit een das draagt, maar dit maakt zijn uitstraling toch een beetje te rebels.’ Zijn lichtblauwe hemd past dan wel beter bij zijn merkkarakter. ‘Naïef’ werd Klaver door Pechtold genoemd, ‘bezig met een formatiespel’. Klaver lijkt te zoeken naar een ingewikkelde balans; hij is extravert en lijkt te bewegen van type rebel naar type vriend. Scherp en kritisch, maar zijn partij vraagt om het verbindende en verzoenende in zijn merkkarakter. Klavers debattactiek is enigszins vals, tegen Pechtold bijvoorbeeld (‘dan weet u niet wat er speelt in de samenleving’). Anderzijds probeert hij zich te presenteren als verbinder met termen als ‘elkaar opzoeken’ en ‘met elkaar samenwerken’. Klavers schaduwzijde is die van ‘het vriendje’. En dat schuurde in het RTL-debat.

Sybrand Buma (CDA) – de verzorger

Over dassen gesproken; Roel vindt de bruine das van Buma wel goed merk-waardig. Jaren vijftig, geborgenheid, bewaking van de norm; dat zit allemaal in dat bruin. De jaren vijftig komen ook niet los van Buma. Vooral de andere lijsttrekkers, Pechtold voorop, houden die associatie graag in stand. Ondertussen gebruikt Buma veel woorden die passen bij het type verzorger: zorgvuldig, grenzen, geen risico’s, waken.  Buma laat zich wel wat snel in een defensieve hoek duwen. Dat is lastig voor hem, als verzorger (en daarmee harmoniezoeker) is het lastig om stevig op je standpunt te staan.

Lodewijk Asscher (PvdA) – de verzorger

Asscher is een ander type verzorger, en zit met andere accenten toch ook merk-waardig in zijn taalgebruik. ‘Controle, invoelen, tijd en rust nemen, onze waarden delen’; zomaar wat termen die Asscher graag gebruikt in zijn teksten. Zijn zachte, soms wat zalvende stemgeluid past ook goed bij het karaktertype verzorger. Hoe authentiek is het om als type verzorger keihard de aanval te openen? Niet zo en daarom voelt het altijd wat ongemakkelijk als hij het doet. Asscher zou wat meer van het type vriend kunnen inzetten; bijvoorbeeld door zijn kabinetsprestaties te benoemen en te onderbouwen met waar dat samen met andere partijen is gedaan; niet als verwijt, maar juist als uitnodiging. Dat deed Asscher slim en passend aan het eind van het debat jegens Buma. Merk-waardig dus.

Alexander Pechtold (D66) – staat die ook in het model in het midden?

Pechtold is moeilijk karaktertypisch te duiden. Een veelgemaakte grap over D66-politici is dat ze zó genuanceerd zijn dat ze niet kunnen kiezen. Dat zou op een plek in het midden van het karaktermodel wijzen. Pechtold gebruikt woorden als ‘template’ en ‘gestand doen’ en noemde veel zaken verwarrend. Is Pechtold daarmee authentiek? Waar Pechtold waarschijnlijk juist erg authentiek was, namelijk in het benoemen dat het Kamerlidmaatschap voor hem mooi is geweest, komt hij niet over als een sterk merk. Kortom, ook na het debat blijven we Pechtold in het midden zoeken. Ofwel op de plek waar je niet hoeft te kiezen. Dat is overigens voor de periode tijdens de formatie wel een uitstekende positie. Niet zozeer inhoudelijk, maar op sociaal-emotionele eigenschappen maakt D66 zich daarmee onvermijdelijk succesvol om mee te formeren en mee te regeren. En dat past dan weer bij Pechtolds authentieke ambitie.

 

Kortom, vijf mannen vijf merken. Maar lang niet alle zo sterk en authentiek als wij zouden wensen.